flickr-free-ic3d pan white

Paardenkastanjemineermot resultaten - the effect of Cameraria ohridella on Chestnut.

Het is weer zo ver. De kastanjemineerder heeft weer toegeslagen en van onder tot boven worden de bladeren van de kastanjes van binnenuit opgevroten

 

The horse chestnut leaf-miner (Cameraria ohridella) is a member of the lepidopteran family Gracillariidae and was recorded for the first time from Macedonia in 1985 attacking horse chestnut (Aesculus hippocastanum) near Lake Ohrid. This moth was described as a new species of the genus Cameraria by Deschka and Dimic (1986). Totally unexpected, C. ohridella appeared in Austria in 1989 in the region of Linz. From then on, it rapidly spread east and west so that, by 2000, it had colonised major parts of Central and Eastern Europe.

 

In 1984 werden in Macedonië aan het meer van Ohrid voor het eerst bladmijnen bij paardenkastanje opgemerkt en werd het motje Cameraria ohridella beschreven. Dit was opmerkelijk omdat bij paardenkastanje geen insectenaantastingen bekend waren. In de daarop volgende zes jaar heeft het insect geheel Macedonië en Servië gekoloniseerd. In 1989 kwamen meldingen over het voorkomen uit Kroatië en Oostenrijk. Daarna volgden Hongarije en Slovenië. In Tsjechië werd de soort in 1993 in het zuiden gevonden. De eerste berichten van het voorkomen in Duitsland dateren uit 1997 en vondsten in Polen volgden in 1998.

 

De mineerder is veel eerder dan verwacht in Nederland gearriveerd. In 1999 werd vastgesteld dat op veel plaatsen in Gelderland, Limburg en Noord-Brabant kastanjebladeren met bladmijnen te vinden waren. Ook in Utrecht, Zeeland, en Overijssel werd de soort aangetroffen Insecten Top Tien 1999; Insecten Top Tien 2000. De meeste aantastingen zijn in straatbeplantingen opgetreden maar er was ook een aantasting in een laan van Landgoed Amelisweerd. Bij Dorst en Amerongen zijn aantastingen waargenomen in boslanen. Dit betekent dat het insect de wat hogere 'stadse' temperaturen niet nodig heeft. In 2003 is de mot zelfs al op Terschelling gesignaleerd.

 

Opvallend zijn de grote plaatselijke verschillen in dichtheden. Het komt voor dat op enkele honderden meters afstand van zwaar aangetaste kastanjebomen exemplaren staan waarop geen enkele mijn te vinden is. Dat zou kunnen suggereren dat de vlinders slechte vliegers zijn, maar gezien de snelle verspreiding binnen Europa lijkt dit onwaarschijnlijk. Overigens is door verschillende onderzoekers vastgesteld dat de vlinders gemakkelijk meeliften met vrachtwagens, waardoor een snelle uitbreiding op passieve wijze kan plaatsvinden.

 

De invasie van Cameraria ohridella in Nederland is dus terug te voeren tot de populatie in Macedonië, maar de soort is ook daar niet inheems. Het is nog steeds de vraag waar deze dan wel oorspronkelijk vandaan komt. De mineerder is strikt gebonden aan Aesculus, waarvan 16 soorten bekend zijn die alle van nature voorkomen in één van de tertaire relictgebieden zoals de Kaukasus, de Himalaya en Noord-Amerika, maar in deze gebieden is de mineerder nooit beschreven.

818 views
2 faves
11 comments
Taken on July 3, 2006