麋鹿

Père David's Deer or Milu in Chinese (麋鹿), is a species of deer known only in captivity. It prefers marshland, and is believed to be native to the subtropics. It grazes on a mixture of grass and water plants. A Chinese nickname 四不像, translates as "four unlikes," because the animal has been described as having "the hoofs of a cow but not a cow, the head of a horse but not a horse, the antlers of a deer but not a deer, the body of a donkey but not a donkey."

This species of deer was first made known to Western science in the 19th century, by Father Armand David, a French missionary working in China. At the time, the only surviving herd was in a preserve belonging to the Chinese emperor. The last herd of Père David's Deer that remained in China were eaten by Western and Japanese troops!

After Father David publicized their existence, a few animals were illegally transported to European countries for exhibitional purpose, and bred there. After the remaining population in China was extirpated, the remaining deer in Europe were gathered to England and bred for the preservation of the species. The current population stems from this herd. These deer are now found in zoos around the world. Two herds of Père David's Deer were reintroduced to Reserves in China and in the Netherlands in the late 1980s. In spite of the small population size, the animals do not appear to suffer genetic problems ;-)

 

Photo taken in nature park Lelystad in the Netherlands where you can meet the Père David's Deer face to face behind the fence. There are a group of 35 Deer. In 1981 a group of 6 Deer were introduced.

 

Het Pater-Davidshert is een merkwaardige vertegenwoordiger van de herten. Hij behoort tot de onderfamilie Cervinae. Hij is de enige levende soort van het geslacht Elaphurus. Het Pater-Davidshert is een bewoner van open terrein met veel water en ook wel van moerassen. Oorspronkelijk bewoonde het grote delen van China; ten tijde van de ontdekking in 1865 door Pere Armand David, een Franse missionaris die daarnaast de reuzenpanda en de Mongoolse gerbil ontdekte, was hij in het wild uitgeroeid en beperkt tot een keizerlijk wildpark bij Peking. Uit dit park werd een klein aantal dieren overgebracht naar Europese dierentuinen. Bij een opstand van 1900 werden de laatste dieren opgegeten door o.a. het Westerse en Japanse leger. Door de laatste zestien Europese dieren op zijn landgoed Woburn Abbey in Engeland bijeen te brengen, wist de hertog van Bedford een kudde op te bouwen en zo de soort voor het nageslacht te behouden.

Van deze kudde werden na de Tweede Wereldoorlog dieren afgestaan aan dierentuinen o.a. ook in China en in het natuurpark Lelystad; planmatige fokkerij heeft het totale bestand in 1986 tot ca. 1400 doen toenemen.

 

11,144 views
77 faves
96 comments
Taken on July 6, 2008
  • ƒ/3.3
  • 52.5 mm
  • 1/60
  • 100
  • Flash (off, did not fire)
  • Show EXIF
This photo is in 45 groups
This photo is in 3 albums

Additional info

  • Viewing this photo Public
  • Safety level of this photo Safe
  • S Search
    Photo navigation
    < > Thumbnail navigation
    Z Zoom
    B Back to context