World Heritage Site De Beemster Polder (foggy morning)

Press "L" to see the large photo (much better)

 

Panorama 4 photos merched with Photoshop CS5

Semi HDR tricks

Canon 5D Mark II - Canon EF 17-40mm 1:4 L USM

 

Early this morning - 5.40 AM

 

Droogmakerij Beemster (UNESCO World Heritage site)

 

Geschiedenis

 

Rond het jaar 800 was het gebied, dat nu de gemeente Beemster vormt, bedekt met veen. Beemster is afgeleid van Bamestra (Groenedijk, 2000), de naam van een riviertje in het gebied. Ontginning van het veen door de mens in combinatie met stormvloeden leidde ertoe dat dit riviertje ergens in de periode 1150-1250 uitgroeide tot een binnenzee, een meer dat in open verbinding stond met de Zuiderzee. Het gebied behoorde toen toe aan twee verschillende gewesten/gouwen; Westflinge en Waterland.

In 1607 werd door de Staten van Holland en West-Friesland aan enkele burgemeesters (van onder andere Amsterdam) en een aantal aanzienlijke kooplieden, waaronder Jacob Poppen, toestemming verleend om de Beemster droog te maken, hetgeen geschiedde onder leiding van Jan Adriaanszoon Leeghwater. Hij gebruikte hiervoor 47 poldermolens, een aantal dat hij tevoren berekend had, als een soort bouwpakket geprepareerd had en daarom zeer snel tijdens het leegpompen van de droogmakerij konden worden opgericht.

In 1610, toen dit bijna gereed was, liep het meer weer vol als gevolg van een breuk in de Zuiderzeedijken. Men besloot toen om de ringdijk zo hoog te maken dat hij een meter boven het omringende land uitstak. Op 19 mei 1612 was de polder droog en was de huidige droogmakerij De Beemster een feit. Het land werd ingedeeld in rechthoekige kavels volgens een geometrisch patroon. De kavels werden verdeeld onder de investeerders. De kwaliteit van de landbouwgrond was dusdanig hoog dat het project destijds als een economisch succes gold, -de 'durf'investeerders van toen hadden hun geld er in 1 jaar uit- dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de daarna -daardoor- met enthousiasme aangevangen droogmakerijen zoals de Schermer/Schermeer of de Heerhugowaard.

Driehonderd jaar lang werd de polder drooggehouden met 50 poldermolens, begin twintigste eeuw werden zij vervangen door gemalen en de molens zijn alle verdwenen.

De zuidelijke ringvaart is sinds 1825 onderdeel van het Noordhollandsch Kanaal.

Sinds 1960 is een ingrijpende verfijning van het ontwateringssysteem doorgevoerd. Het waterbeheer is thans zo nauwkeurig mogelijk afgestemd op de bestaande verschillen in hoogteligging, aard en gebruik van de landerijen; er kan ook rekening gehouden worden met veranderingen in het bodemgebruik.

Sinds 1999 staat de gehele droogmakerij Beemster op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

In de Beemster liggen 5 forten als onderdeel van de Stelling van Amsterdam, ook Werelderfgoed, waaronder het Fort bij Spijkerboor. Hier zijn dus twee Werelderfgoederen op één locatie gecombineerd.

 

Buitenplaatsen

 

De Beemster telde in de Gouden Eeuw veel buitenplaatsen, gebouwd door rijke -vaak VOC- kooplieden. Als late echo van de Gouden Eeuw zijn in de Beemster nog steeds een aantal statige buitenplaatsen te vinden, zoals Boschrijk (ca. 1850) aan de Jisperweg, Mariënheuvel (ca. 1820) aan de Volgerweg en Rustenhove (ca. 1768) op de hoek van de Volgerweg en Middenweg, allen particulier bezit.

 

Stolpen

 

Dankzij de vruchtbare grond heeft de Beemster zich tevens sterk ontwikkeld als agrarisch gebied. Kenmerkend voor de Beemster zijn dan ook de opvallende stolpboerderijen met hun piramidevormige daken, zoals de bekende stolpboerderij De Eenhoorn (ca. 1682). Waar deze stolpboerderijen vroeger een agrarische bedrijfsfunctie hadden, zijn deze panden steeds meer bewoond door welgestelde kopers met affiniteit met het landleven. De korte afstand tot Amsterdam, de grote woningen en de symmetrische verkaveling trekken veel kopers van buiten naar de Beemster. Dit maakt dat de Beemster van een werkomgeving steeds meer een woonomgeving wordt.

 

Buurten

 

Naast de vier dorpen en de twee buurtschappen bestond en bestaat de Beemster ook uit diverse buurten. Deze droegen/dragen namen als Assumerbuurt, het Hoekje, de Blikken Schel, het Eiland, de Witte Kan en de Vlooijenkriek. Veel van deze buurten ontstonden als groepjes arbeiderswoningen. Deze woningen kenden veelal luiken voor de ramen en de bedsteden waren per woning boven elkaar geplaatst in één kamer. In de woningen woonden de werklui die op de boerderijen werkten. De werklui kwamen overal vandaan, zelfs uit het buitenland, zoals Duitsland. Maar ook kwam een deel gewoon uit de omgeving. Bekend feit is dat de meeste werklui door het gras naar de boerderij liepen in plaats van via de verharde en onverharde wegen, want dan sleten de klompen veel minder.

 

Bron: Wikipedia

 

 

 

 

 

1,816 views
4 faves
6 comments
Taken on June 28, 2012