KONGOLODAG GENTINNES 8 JUNI 2019
Kongolodag zaterdag 8 juni 2019.

In Gentinnes vond met Pinksteren de jaarlijkse herdenking plaats van de Martelaren van Kongolo. Zij werden op nieuwjaarsdag 1962 vermoord in Kongolo. Onder hen bevonden zich drie Peltse paters; Pater Pellens, Pater Schildermans en Pater Vanduffel.
De dag begon met een Eucharistieviering in het Memoriaal Kongolo.
Daarna werd aan de aanwezigen een middagmaal aangeboden.
In de namiddag kregen de aanwezige familieleden een belangrijke toelichting door Pater Sooi Augustijns, regionaal overste van de Spiritijnen. Hier volgt een samenvatting van zijn betoog.

Beste broers en zussen, familie, vrienden en confraters van de Martelaren van Kongolo. Ik begin dit woordje met zeer goed nieuws in verband met onze Martelaren van Kongolo.
Het eerste goede nieuws is een “motu proprio”* van Paus Franciscus met een nieuw criterium om een proces tot zalig- en heiligverklaring op te starten. Dit motu proprio dateert van 11 juli 2017 en heeft als titel “Maiorem Hac Dilectionem” of “Het offer van zijn leven” overeenkomstig de tekst van Johannes 15,13 “Er bestaat geen grotere liefde dan zijn leven te geven voor zijn vrienden”.
Het tweede goede nieuws komt uit een gesprek met Mgr. Oscar Ngoy, bisschop van Kongolo. Naar aanleiding van dit decreet zei Mgr. Oscar Ngoy me dat de christenen van Kongolo zeer regelmatig en trouw bidden voor de zaligverklaring van de Martelaren van Kongolo. Hijzelf en zijn secretaris zijn het dossier aan het opstellen om het proces van de zaligverklaring op te starten in Rome. Mgr. Oscar Ngoy drukte zijn verlangen uit dat er hier in België eveneens tot die intentie gebeden wordt. Hij roept iedereen op om zoveel mogelijk elementen, die kunnen helpen voor het bevorderen van het proces van zaligverklaring, te verzamelen.
Na deze inleiding ging pater Sooi Augustijs in op de betekenis van die twee aangehaalde punten.

Wat zegt dit “motu proprio” over het nieuwe criterium voor zaligverklaring ?
Het decreet “Het offer van zijn leven” bepaalt dat christenen die vrijwillig en vrij hun leven offeren voor de anderen en daarin tot aan hun dood volharden, waardig bevonden worden zalig verklaard te worden”.
Deze nieuwe weg, zo commentarieerde L’Osservatore Romano, laat de zaligverklaring toe van gelovigen die door naastenliefde gedreven, hun leven heldhaftig hebben aangeboden voor de naasten door vrij en vrijwillig een zekere en voortijdige dood te aanvaarden met de bedoeling Jezus na te volgen”.
Na de eerste drie mogelijkheden tot zalig- en heiligverklaring nl. het martelaarschap, de heldhaftige beoefening van menselijke en christelijke deugden en de zeldzaamste weg, wanneer de Paus zelf een reeds bestaande cultus bevestigt, wordt nu dank zij dit decreet een vierde mogelijkheid aangeboden nl.: De weg van het offer van zijn leven.
Het offer van het leven valoriseert “een heldhaftig christelijk getuigenis” van een nieuwe orde: namelijk “Er is geen grotere liefde dan zijn leven te geven voor zijn vrienden” of “Maiorem Hac Dilectionem”. De volmaaktheid van de naastenliefde is in dit geval niet het resultaat van een langdurige, beschikbare en blije herhaling van deugdzame daden, maar het is één heldhaftige daad die door haar radicaliteit, onherroepelijkheid en volharding usque ad mortem de christelijke keuze ten volle uitdrukt”.
Ten slotte preciseert dit decreet voor een zaligverklaring dat er:
- een band moet zijn tussen het offer van het leven en deze voortijdige dood.
- dat de deugdzaamheid, ten minste in gewone mate aanwezig is voordat het offer plaats heeft.
- dat een faam van heiligheid tenminste na de dood bevestigd wordt en dat er een wonder is dankzij de voorspraak van de Dienaar Gods.

“Het offer van zijn leven” en onze Martelaren van Kongolo.
Om het proces van zaligverklaring van onze Martelaren van Kongolo volwaardig op te starten, is het allereerst noodzakelijk aan te tonen dat zij werkelijk bereid zijn geweest hun leven uit liefde voor hun medemensen te geven. Dankzij deze nieuwe weg komt er een einde aan de discussies over de redenen waarom het nationaal leger van Gizenga hen vermoord zou hebben. Deden ze het uit haat tegen de godsdienst en het katholiek geloof, of deden ze het omdat de missionarissen, allen Europeanen, als huursoldaten van de vijand Tshombe werden aanzien?
En deze martelaren, gelukzaligen in spe, zijn jullie broer, oom, vriend of confrater Spiritijnen. We kennen ze allen bij hun naam: Br. Bernulf van Heemskerk 61 jaar, P. Joseph Postelmans 56 jaar, P. Jozef De Hert 54 jaar, P. Jef Hens 52 jaar, P. André van der Smissen 50 jaar, P. Pierre Francis 48 jaar, P. Raphaël Renard 48 jaar, P. Michel Van Duffel 41 jaar , P. Désiré Pelles 41 jaar, P. Albert Henckels 40 jaar, P. Jan Lenselaer 38 jaar, Pater Gaston Crauwels 38 jaar, P. Pierre Gilles 38 jaar, P. Louis Crauwels 34 jaar, P. José Van Damme 33 jaar , P. René Tournay 32 jaar , P. Walter Gillyns 30 jaar, P. Roger t’ Jaeckens 30 jaar, P. Jean-Marie Godefroid, 30 jaar, P. Theo Schildermans, 28 jaar en Pater Albert Forgeur, 44 jaar.
We kennen ook zeer goed de datum en plaats van de tragedie : 1 januari 1962, te Kongolo, een stadje in het Noorden van de Provincie Katanga.
De omstandigheden: Het was het einde van de oorlog tussen het leger van de sinds 11 juli 1960 afgescheiden Provincie Katanga en het Nationale Leger van Congo. Sinds half 1961 werd het hoe langer hoe meer duidelijk dat een onafhankelijk Katanga een verloren zaak was. En vele inwoners van Kongolo, vooral degenen die een verantwoordelijkheid hadden tijdens de regering van Tshombe, verlieten Kongolo en vluchtten naar veiliger streken. Ook aan de missionarissen werd sterk aangeraden Kongolo te verlaten. Zij bleven echter in Kongolo met als enige pastorale reden “hun dierbare gelovigen niet in de steek te laten”. Vooral om bij hen te blijven die niet konden vertrekken, zoals de vluchtelingen van andere volksstammen. Zij meenden in de missie een vredige thuishaven gevonden te hebben. Zoals ook de 60 seminaristen, zij waren in december in volle examentijd. Ook waren er een 30-tal Congolese zusters, die zelf ook voor tientallen ouderlingen en vrouwen met nog kleine kinderen zorgden. Ook zij konden niet aan hun lot overgelaten worden. Wisten de missionarissen dan niet dat het gevaarlijk zou kunnen worden? Uit de brieven aan hun familie kunnen we inderdaad afleiden dat ze zich zorgen maakten. Sommigen vreesden voor plagerijen en knevelarijen. Anderen onder hen hielden ook rekening met de mogelijkheid van hun dood ofschoon ze daar zelf nauwelijks aan geloofden. Er zijn vele getuigenissen, die allen zeker nauwkeurig onderzocht zullen worden tijdens het proces van de zaligverklaring.
Drie korte citaten die aantonen dat onze confraters partij gekozen hebben voor de armen : 1e citaat: In Kongolo hebben de mensen honger en schrik, want wij leven dicht bij een streek van oproer. Het is werkelijk de geest van advent, wij leven nu echt in een adventsklimaat : “Kom Heer Jezus, kom”. 2e citaat: Alles wat wij hier kunnen doen is goed te zijn, bij de mensen te blijven. Goedheid maakt iedereen blij. Wij blijven op onze post, samen met onze confraters om onze plicht te doen. En een 3e citaat: We hebben ons overgegeven aan de Goddelijke Voorzienigheid. We vragen de Heer ons de kracht te geven als priesters te sterven”.
Enkele van onze martelaren waren nog maar pas op verlof in België geweest. Ze waren terug naar hun missie vertrokken wetende dat de tijden zeker niet gemakkelijk zouden zijn. Zie hier een getuigenis van E.H. Kapelaan Claes na een gesprek met P. Pellens : “Ik hoor het hem nog zeggen – het was augustus 1961 - : Menselijk gesproken ware het heel wat voorzichtiger niet naar Kongolo terug te keren. Maar wij kunnen onze christenen niet aan hun lot overlaten. Zo oordelen ook onze oversten. Wij stellen ons vertrouwen op de Heer . En dan dit prachtige woord van P. René Tournay, ook op verlof in 1961: “Het is waanzinnig het vele werk dat mijn confraters nu hebben. Ik moet hen gaan helpen, ik ga terug.”
Meer dan hun woorden en brieven getuigen ook hun daden van hun heldheftigheid. Tot de laatste dag hebben ze hun taak als missionaris vervuld. Zij hebben zich bekommerd om het lijfelijk en geestelijk welzijn van hun mensen, levensmiddelen uitgedeeld, onderdak verleend aan zieken en ouden van dagen en zich ingespannen eendracht en verzoening te preken. Want in Kongolo waar sinds vele jaren verschillende stammen naast elkaar woonden, waren in die oorlogstijd twist en spanningen weer aan de orde van de dag. Oude vetes werden toen weer opgehaald en vereffend. De paters verleenden ook de geestelijke hulp tot de laatste dag, droegen de Eucharistie op en hoorden biecht, doopten en spraken moed en vertrouwen in. Ze bleven trouw aan de mensen die hen toevertrouwd waren. Ik besluit dit tweede punt dan ook met de woorden van Mgr. Nday, geschreven ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van hun marteldood : “Ze zijn gestorven omdat ze gekozen hebben hun taak van Herder te vervullen midden hun kudde. Ze hadden de kudde zonder herder kunnen achterlaten, maar ze hebben verkozen te doen gelijk Jezus, de Goede Herder”.

Wat kunnen wij doen ?
Het lijkt allemaal eenvoudig en gemakkelijk voor ons. De Paus heeft gesproken en wat het globale antwoord voor onze martelaren van Kongolo betreft: ze zijn uit liefde voor hun naasten in Kongolo gebleven tijdens de oorlogsjaren. De bisschop van Kongolo of de overste van de Spiritijnen kan nu het proces van de zaligverklaring opstarten met een onderzoek naar het leven, beoefening van de deugden en het offer van hun leven . Wij kunnen de verdere ontwikkeling rustig afwachten en dan na enkele jaren hopelijk de zaligverklaring vieren . Dit is echter wel te eenvoudig . Het “motu proprio, het offer van zijn leven” en de andere pauselijke teksten over zalig- en heiligverklaringen roepen ook allen die nauw in betrekking staan met de ‘zaligen in spe’ op om actief deel te nemen aan het zaligverklaringsproces.
Dat wordt dus ook ons nu opgelegd. We kunnen het op verschillende manieren.
-door er ons van bewust te worden dat “Zij ons nabij blijven.” zoals de brochure van 1987 ons leert.
-Dit vraagt dat we ons opnieuw verdiepen in hun levensbeschrijving, in hun werk en apostolaat en ook in hun geschriften (brieven, onderrichten, preken) en in de gesprekken die ze nog hadden tijdens die oorlogsjaren in Congo.
-We worden ook uitgenodigd zeer geregeld te bidden voor hun zaligverklaring. We kunnen hiervoor het mooie gebed van Abbé Emmanuel van Kongolo gebruiken waarvan we hier de tekst hebben. We kunnen dit persoonlijk doen, in familieverband of communiteit.
-Als er tekenen, wondere gebeurtenissen of genezingen zijn die verwijzen naar hun bemiddeling, schrijf die dan op en deel ze mee aan de oversten van de congregatie of bisschop van Kongolo. Deel ze ook mee aan uw familie, vrienden en medebroeders of zusters. Dit kan zeker helpen om “de faam van heiligheid van de Dienaar Gods te bevestigen”, en “het wonder te bekomen dat dank zij de voorspraak van de dienaren Gods verwezenlijkt werd” zegt ook nog het Motu Proprio.
Beste familie, broers en zussen van de Martelaren van Kongolo, beste vrienden en confraters van de Martelaren van Kongolo. Het is dus ook onze zaak.

*Een “motu proprio” is een pauselijke brief (apostolisch schrijven) op persoonlijk initiatief van de paus, zonder formele afstemming met kardinalen en de curie, in zijn eigen handschrift. Een motu proprio heeft de vorm van een decreet met persoonlijke ondertekening en datering door de paus in het Latijn. (bron: wikipedia)
153 photos · 1,559 views
1