Stützpunkt 12H
Stützpunkt 12H

Op dit moment zijn er op Vlieland plannen om een klein bunkercomplex uit de tweede wereldoorlog open te stellen voor het publiek.
Het gaat hier om een zogenaamde Stützpunkt, een stelling die bestond uit bunkers en barakken, uitgerust met antitank wapens, omringd door een prikkeldraadversperring aangevuld met een loopgravenstelsel mijnenvelden.
Op het terrein binnen de versperring bevonden zich personeelsonderkomens, munitiedepots, een keuken, waterbekkens, een kantine, wc’s en gevechtsstellingen.
Op Vlieland werden drie van deze steunpunten ingericht. Dit waren Stützpunkt 12H, 13H en 14H.

Locatie Stützpunkt 12H

Stützpunkt 12H ligt op en rond het 21 meter hoge duin in de zeereep midden tussen paal 49 en 50, even ten westen van de Ankerplaats.
De Kriegsmarine is in 1941 begonnen met de bouw van de stelling en verzorgde in eerste instantie de bemanning en heet dan Küstenwache Oscar. Daarna wordt de naam 12M genoemd, waarbij de M staat voor Marine.
In maart 1942 constateerde het 'Oberkommando der Wehrmacht' een toenemend gevaar voor vijandelijke landingen op de bezette kusten van Europa. Een en ander wordt beschreven in 'Führerweisung 40'. In dit nieuwe bevel wordt de kust, het strand en de kuststrook tot strijdtoneel verklaard van waaruit in het geval van een geallieerde invasie onder geen voorwaarde teruggetrokken mag worden.
De taak van de Duitse infanterie eenheden langs de kust wordt verzwaard en deze nemen veel stellingen van de Marine over.
Langs de Noord-Hollandse kust en op de waddeneilanden wordt de 81 Infanterie Division gestationeerd, waarvan mannen van het 10. en 14. Grenadier Regiment 860 op Vlieland worden geplaatst.
De stelling heet vanaf dat moment Stützpunkt 12H, waarbij H staat voor Heer, de Duitse naam voor leger en wordt bemand door 35 manschappen en 2 onderofficieren.

Volgens plattegronden samengesteld door het Bureau Registratie Verdedigingswerken in 1946 bestond de stelling uit drie gemetselde woonschuilplaatsen, een keukenbunker met daar boven op een nissenhut, twee betonnen geschutsemplacementen voor een antitank geschut met munitienissen en bergplaats voor het geschut, een 15 meter lange onderaardse gang en een tiental meter loopgraaf en een Tobruk of ook wel een Offener ringstand genoemd. Deze kan worden gebruikt als waarnemingspost, mitrailleur,- of granaatwerpernest. De bouwwerken waren onderling verbonden met een loopgraaf gemaakt van graszoden. Voorts waren er enige bouwwerken, waaronder een waarnemingspost op de top van het 21 meter hoge duin, twee onderkomens, een bergplaats, munitienissen en schuttersputten van hout.
Een deel van de houten bouwwerken was bij het opmaken van de plattegrond al verdwenen.
Er werd ook een ontsluitingsweg aangelegd naar de Stelling 12H.
De bezettingsmacht had al de Postweg, die bij het begin van de oorlog tot aan de Lange-Paal was bestraat, tot aan de West-Batterij verhard.
Hierna werd het zandpad, dat van de Postweg dwars over het eiland tot aan het bunkercomplex liep, met straatklinkers verhard.
De straatstenen zijn er na de oorlog weer uit gehaald en hiermee werd de badweg verhard. Dit was tot dan toe een karrenspoor met daarnaast een schelpenpad.

De bemanning

De Duitse soldaten op de Stelling 12H moeten een tamelijk ontspannen leven hebben gehad.
Hun werkzaamheden bestond voornamelijk uit wachtlopen, waarnemen en geregeld oefeningen in het infanteristische handwerk als de omgang met de wapens en andere drills.
Daarnaast het instandhouden en verbeteren van de stelling.
Op de meeste stellingen van de Duitsers hield de bemanning ook konijnen en kippen en een enkel varken, dit ter aanvulling op de rantsoenen.
In de broedtijd was het verzamelen van meeuwen- en andere eieren een favoriete bezigheid.
Ook werd er door sommigen getuinierd, hoewel dit nabij de Stelling 12H moeilijk zal zijn geweest vanwege de onvruchtbare duinzanden.
De bemanning van de stelling werd na bepaalde tijd weer afgelost door een andere Infanterie-eenheid, en zo kon het gebeuren dat een eenheid die eerst onder vakantie-achtige omstandigheden werkzaam was op Vlieland werd overgeplaats naar het Oostfront.
In de archiefstukken is te lezen dat dezen van de paradijselijke omstandigheden van de Vlielandse zeeduinen in de barre situatie aan het Oostfront geraakten. De eenheid afkomstig van Vlieland bericht na een half jaar aan het Oostfront dat het ernstige verliezen heeft geleden, een tekort heeft aan materiaal, voedsel, wapens en munitie, dat de overgebleven manschappen lijden onder de kou, luizen en vlooien en dat de eenheid spoedig aan een verlof periode toe is.
Daarbij is er ondertussen van oprukken geen sprake meer, het terugslaan van het Duitse leger door het Russische is begonnen.
De aflossers kwamen van het Oostfront en konden daarop betrekkelijk ontspannen aan het werk langs de Hollandse kust.
Dit waren echter frontgeharde soldaten met een andere mentaliteit als de vertrokken eenheid. Dit is o.a. op te maken uit correspondentie met de Gemeente Vlieland. Burgemeester Anker doet in een brief aan de Inselkommandant, in 1943 een Infanterist, namens A.C. Kooijman zijn beklag over een aantal zaken.
In de periode daarvoor was het een Kapitänleutnant van de Marine, die over het algemeen een goede verhouding met de bevolking voor stond.
Met de benoeming van een infanterist tot Inselkommandant veranderde de situatie.
Anker bericht aan de Iko dat Kooijman heeft geconstateerd dat leden van de Duitsche Wehrmacht 1000 vierkante meter van de door hem gepachte cranberrycultuur heeft afgeplagd en de daaromheen geplaatste hekpalen heeft verwijderd. Ook heeft hij vastgesteld dat zijn badhokken zijn gebruikt als varkenskot en brandhout.
Hij verzoek vriendelijk de door Kooijman geleden schade te vergoeden.
De Iko wijst dit verzoek af met de mededeling dat hem niets bekend is van een afgeplagde cranberrycultuur en vernieling van badhokken.
Het is in diezelfde periode dat er door de Duitsers ingebroken wordt in de duinhuisjes en dat daarbij huisraad is ontvreemd. Dit werd gebruikt om het leven in de onderkomens aangenamer te maken.
En zo ging de oorlogstijd voorbij zonder dat de Stützpunkten op Vlieland in enige gevechtshandeling werden betrokken.
Na de capitulatie werd de stelling door de Duitsers verlaten, nadat de wapens naar het dorp waren gebracht.
Het inventaris werd nauwkeurig genoteerd en deze lijst is bewaard gebleven. Hieruit valt ook nog het nodige op te maken.

Na de oorlog zijn de bouwwerken van Stützpunkt 12H spoedig ontdaan van alle bruikbare materialen. Zo zijn de raam- en deurkozijnen en de houten vloeren verwijderd. In de daarop volgende jaren zijn de loopgraven en de toegangen tot de
woonschuilplaatsen verzand en uiteindelijk helemaal onder het maaiveld verdwenen. De schoorstenen en ventilatiekanalen van de woonschuilplaatsen en keuken zijn afgebroken en de kanalen met zand opgevuld. De van graszoden gemaakte loopgraven zijn ook grotendeels dicht gestoven en opgenomen in het terrein.

Huidige toestand

Na vijf oorlogsjaren stond het eiland vol met bunkers en andere bouwwerken. Buiten de stellingen 12H, 13H en 14H, stonden er twee complete luchtdoelbatterijen (Oost,- en West Batterij), twee zoeklichten (dam 15 en dam 54), twee radarposten (dam 3 en Kooispleklid), een meet,- en waarnemingspost op het vuurtorenduin en een stelling op de haven. Vrijwel al deze complexen, stellingen en posten zijn, op stelling 12H na, direct na de oorlog of in de jaren daarna gesloopt of door duinafslag ondergraven, ingestort en op het strand beland. In 1971 is de Oost-Batterij geheel gesloopt.

De keukenbunker is in de jaren ’70 door de Vlielandse jeugd uitgegraven als barbunker in gebruik genomen. Na klachten van de plaatselijke horeca over omzetderving is deze op last van de gemeente en Rijkswaterstaat weer dicht gegooid.

Tegenwoordig is een deel van het betonnen geschutsemplacement nog in het terrein terug te vinden, alsmede een deel van het metselwerk van één van de woonschuilplaatsen. Ook een deel van de graszoden loopgraven is nog herkenbaar in het terrein.

Plan voor openstelling

Stelling 12H is het enige complex aan verdedigingswerken op Vlieland dat nog compleet en intact is.
Daarmee kan het, voor Vlieland aangeduid worden als een gebied met een bijzondere cultuurhistorische waarde.
Vanuit het Informatiecentrum De Noordwester is het initiatief genomen om te onderzoeken of het bunkercomplex weer opgegraven kan worden, te herstellen en de verloren gegane houten bouwerken en loopgraven weer opnieuw aan te brengen om de stelling daarna met een museale functie open te stellen voor het publiek.
Dit mede ingegeven door het feit dat de tentoonstellingen over de oorlogsjaren op Vlieland in De Noordwester altijd grote publiekstrekkers waren. Tijdens de tentoonstellingen kwam vaak de vraag waarom een dergelijke tentoonstelling niet een permanent karakter konden krijgen.
Wegens ruimtegebrek is dit echter niet mogelijk.
De stelling 12H zou een zeer geschikte plek zijn om het publiek kennis te laten nemen van de geschiedenis van Vlieland tijdens de oorlogsjaren.
Om zicht te krijgen op de kosten van herstel, inrichting en de exploitatie van de stelling 12H met een museale functie werd het organisatiebureau Grontmij van der Tuuk gevraagd een haalbaarheidsonderzoek te doen.
Een onderdeel van het onderzoek was het vaststellen van de bouwkundige staat van de bunkers.
Hiervoor werd een toegang tot de bunkers gegraven, waardoor deze toegankelijk werden gemaakt om de staat te beoordelen.
Hierbij werd ook een bunker blootgelegd waarvan het bestaan alleen bekend was omdat deze op de plattegrond opgemaakt in 1946 stond.
Opvallend aan deze bunker was dat de ingang en ramen dichtgestapeld was met stenen afkomstig van het rookkanaal. Het was duidelijk dat deze bunker lang geleden ontoegankelijk was gemaakt voor het publiek. Op de wanden was door eerdere bezoekers namen en jaartallen gekrast, waarbij als laatste jaar 1956 werd gevonden; het was dus zeker 50 jaar geleden dat iemand deze ruimte had betreden.
Op de bouwkundige staat van de bouwwerken was overigens niets op aan te merken, de constructie is zeer solide, het stucwerk strak, en geen spoor van betonrot. Ook de overige onderdelen van het onderzoek geven een gunstig beeld.
Het initiatief van De Noordwester leverde ook veel positieve reacties uit de Vlielander gemeenschap, een voor Vlieland ongekende hoeveelheid mensen bood zich op voorhand aan als vrijwilliger.
Dit alles werkt zeer inspirerend voor de initiatiefnemers die nu enthousiast het vervolgtraject voor het realiseren van de openstelling van het Stützpunkt 12H hebben ingezet.

Dirk Bruin

Artikel Vlieland Magazine - december 2008
40 photos · 3,965 views