De grootste schrijver die Nederland wellicht ooit gekend heeft, is een allochtoon. Harry Mulisch is de naam, en ik durf te wedden dat niemand in Nederland hem ooit heeft gevraagd waar hij vandaan komt. Logisch ook, want hij was blank, geen moslim, en was buitengewoon succesvol.
In een interview 5 jaar geleden verbaasde de schrijver zich erover dat een Marokkaanse taxichauffeur (zo noemde de heer Mulisch de man) zichzelf Marokkaan noemt, terwijl de man in Nederland is geboren.
De taxichauffeur is één van de duizenden Nederlanders die misschien wel dagelijks wordt gevraagd waar hij vandaan komt. Ik behoor ook tot deze groep. Een kopje thee bij mijn bejaarde buurvrouw, een simpel gesprekje over het rotweer als ik op de bus sta te wachten, of een eerste ontmoeting met de ouders van vrienden; de vraag 'Waar kom jij eigenlijk vandaan?' lijkt onvermijdelijk.
Ik beschik over de gave dat ik mij niet de hele dag bewust ben van mijn caramel-achtige huidskleur, mijn Arabische neus en mijn pikzwarte haar. Maar gelukkig word ik daar al 24 jaar lang zo goed als 3 keer per week op gewezen door mensen die zich zeggen 'gewoon nieuwsgierig' te zijn. Vijf jaar geleden, kidnapten deze vragenstellers mijn marokkaanse achtergrond als aanleiding om hun mening te ventileren over het grootste probleem wat Nederland op dat moment rijk was: de Marokkanen. Omdat ik echter 'gewoon normaal was' volgde er een tweede kidnapping van mijn identiteit: ik was geintegreerd!
Maar...de tijden zijn veranderd. Moslims komen tegenwoordig alleen nog maar in beeld wanneer ze heldhaftig hun dictatoriale regimes omver proberen te schoppen. Nooit is de massamedia zo geinteresseerd geweest in de politieke bewegingen in de Arabische wereld, van dag tot dag is op de oer-hollandse site nu.nl de arabische lente te volgen met foto's en achtergrond artikelen. Aljeezera maakte zijn intree in de Nederlandse woonkamers, en scandeerden occupy-demonstranten in New York Arabische strijdleuzen.
De vraag, 'waar kom jij vandaan' wordt me in Nederland echter nog even vaak gesteld als 5 jaar geleden. Ik antwoord ook nog steeds hetzelfde als toen: Ik ben Amsterdams. De geinteresseerde vragensteller gaat nog steeds gestaag door met vragen, op weg naar een ontmaskering die alleen kan plaatsvinden bij een opbiechting van mijn etnische wortels. Na het vragenvuur geef ik, nog steeds, de vragensteller waar hij of zij op zoek naar is. Mijn afkomst. Marokkaans. En ik kan jullie vertellen: de vragensteller haalt anno 2012 dan nonchalant en enigzins teleurgesteld zijn schouders op. 'Marokkaans? Echt? Ik dacht Syrisch, of Egyptisch ofzo, heftig he wat daar gebeurt?'. Zo zie je maar, de Arabische revoluties hebben, gewild of niet, ook een kleine revolutie in Nederland teweeg gebracht. De Marokkaanse Nederlanders zijn gered door de Arabische lente. En dat heeft niemand 5 jaar geleden durven dromen.
Zo zie je maar, het effect van massamedia is onmeetbaar groot.
zelfs Nederlandse Marokkanen/ allochtonen of je mensen als ik ook wilt noemen, profiteren van de Arabische revoluties..
Ware afkomst
De Marokkanen delven dan natuurlijk het onderspit. De mos was er verbazing en onbegrip alom als ik het toch blijk te zijn.
De taxichauffeur en de heer Mulisch hebben het allochtoon-zijn gemeen, dus vond de schrijver het opmerkelijk dat hij zich wél Nederlander noemt maar de taxichauffeur niet. Daarmee slaat de schrijvende intellectueel de spijker op zijn kop. De reden waarom de taxichauffeur zich geen Nederlander kán noemen, is omdat hij niet als Nederlander wordt gezien door Nederland. Hoe plat Amsterdams hij dan ook mag spreken, hoeveel broodjes kroket hij ook naar binnen werkt, voor 'Nederlanders' is en blijft hij een Marokkaan. Het feit dat de heer Mulisch dacht 'laat ik hem eens vragen waar hij vandaan komt' bevestigt dit.
Gisteren was het weer eens zover. Iemand vroeg me naar mijn afkomst. Voor het eerst in mijn leven antwoordde ik dat ik uit Nederland kom. Waarop de geïnteresseerde studiegenoot doorvroeg 'Ja, maar waar kom je écht vandaan?'. Ze keek mij aan alsof ze mij wilde ontmaskeren en eiste daarvoor een opbiechting van mijn ware afkomst. 'Ik ben Marokkaans' antwoordde ik nonchalant. Een verraste blik vol medelijden, gevolgd door een hand op mijn schouder. 'Oh joh, geeft niet.'