Hans Bellmer - Louise Bourgeois / Double Sexus
Gemeentemuseum Den Haag
11 september 2010 t/m 16 januari 2011

Hoewel Hans Bellmer (1902-1975) en Louise Bourgeois (1911-2010) in de jaren dertig beide in aanraking komen met de Surrealisten, hebben ze elkaar nooit ontmoet. Toch heeft hun werk, waarin het menselijke lichaam een belangrijke rol speelt, opvallende overeenkomsten.

Lichamen zijn vervormd, ledematen missen of worden juist verdubbeld en mannelijke en vrouwelijke kenmerken smelten samen tot androgyne wezens. In Double Sexus gaat het werk van Bellmer en Bourgeois voor de eerste keer een spannende dialoog aan. Gemeenschappelijke thema’s als vrouwelijke fantasieën, mannelijke angsten, dubbelzinnigheid van geslacht en de zoektocht naar de eigen identiteit sluiten goed aan bij de actualiteit. Door de emancipatie staat de traditionele rol van zowel de man als de vrouw op losse schroeven. In een randprogramma van lezingen en debatten bij de tentoonstelling zal deze maatschappelijke relevantie uitgebreid aan bod komen.

Louise Bourgeois, de ‘grand dame’ van de moderne kunst, beleefde pas op zeer hoge leeftijd haar artistieke doorbraak. Pas op haar eenenzeventigste kreeg ze een grote overzichtstentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York. Nadat ook Tate Modern en het Centre Pompidou een grote tentoonstelling aan haar werk wijdden, wordt ze gerekend tot een van de belangrijkste kunstenaars ter wereld. Haar werk past in de traditie van het surrealisme, maar omdat ze put uit haar eigen (jeugd)ervaringen en niet zozeer uit de bij de surrealisten zo populaire Freudiaanse theorieën, bezit haar werk een universele herkenbaarheid. Bourgeois zoekt in haar Cells, sculpturen (waaronder verschillende stoffen poppen), tekeningen en beroemde Spinnen naar een uitdrukkingsvorm voor de zielenpijn die menselijke relaties veroorzaken. Louise Bourgeois overleed op 29 mei jongstleden en was nauw betrokken bij de voorbereidingen van deze tentoonstelling.

Hans Bellmer reisde in 1922 van zijn geboorteplaats Katowice in Polen naar Berlijn. In eerste instantie om daar te studeren, maar al snel lonkte het kunstenaarschap en stopte hij met zijn studie. Op zijn dertigste maakte hij zijn eerste pop, gemaakt van bezemstelen, buizen, gips en papier-maché, die hij op allerlei manieren fotografeerde. De Surrealisten in Parijs waren direct enthousiast over zijn foto’s en publiceerden ze in hun tijdschrift Minotaure. In 1935 maakte Bellmer een tweede pop, nu met kogelgewrichten, waardoor de lichaamsdelen op heel veel verschillende manieren aan elkaar kunnen worden gezet. De ensceneringen waren nu een stuk dramatischer, ze suggereren perverse seksuele spelletjes, maar zijn op hun eigen manier ook verleidelijk. De foto’s vormen een schrille tegenstelling met het vrouwelijke ideaalbeeld dat door de Nazi propaganda uit die tijd zo verheerlijkt werd: een gezond, sterk en vruchtbaar lichaam. Bellmers creatie was een protest tegen het Nationaal-Socialistische regime waar zijn eigen vader een geestdriftig aanhanger van was.


Although Hans Bellmer (1902-1975) and Louise Bourgeois (1911-2010) were both in touch with the Surrealists in the 1930s, the two artists never met. Despite this, their work displays striking similarities. In both cases, the human body plays a major role. Bodies are deformed, limbs are missing or duplicated, and male and female characteristics are melded together to produce androgynous beings. In Double Sexus the oeuvres of Bellmer and Bourgeois are brought together for the first time ever in an intriguing dialogue. Shared themes like female fantasies, male angst, sexual ambiguity and the search for personal identity correspond to the concerns of today’s world, where the emancipation of women has undermined the traditional gender roles of both sexes. The social relevance of the exhibition will be heavily underscored by an accompanying programme of lectures and debates.
Louise Bourgeois, the ‘grand old lady’ of contemporary art, achieved artistic renown only at an advanced age. It was not until she was seventy-one that she was accorded a major retrospective at the Museum of Modern Art in New York. By 2007, when the Tate Modern and the Centre Pompidou organized another retrospective of Bourgeois’s work, she was recognised as one of the most important artists in the world. Her work sits firmly in the Surrealist tradition but has a more universal quality, since she sought inspiration in her own childhood and later experiences rather than in the Freudian theories so popular among the Surrealists. Through her Cells, sculpture (including various fabric dolls), drawings and celebrated spiders, Bourgeois always sought to express the pain of human relationships. Louise Bourgeois died on 29 May this year and her studio was closely involved in the preparations for this exhibition.

Hans Bellmer was born in Katowice (now Poland) but moved to Berlin in 1922. His initial intention was to study engineering there but he quickly abandoned this in favour of an artistic career. At the age of thirty he produced his first doll, made of broomsticks, tubes, plaster and papier-mâché, which he then photographed in many different ways. The Surrealists in Paris were immediately enthusiastic about his photographs and published them in their journal, Minotaure. In 1935 Bellmer created a second doll, this time with ball joints which allowed the parts of its body to be assembled in very many different ways. The photographs he staged were this time far more dramatic, suggesting perverse sexual practices although still attractive in their own way. The pictures stand in sharp contrast to the ideal of the strong, healthy, fertile female body extolled by the Nazi propaganda of the period. Bellmer’s doll was a protest against the National Socialist regime, of which his own father was a fervent supporter.
43 photos · 2,862 views